Op de koffie met Portland-zanger en PXL-Alumnus Jente Pironet

Op de koffie met Portland-zanger en PXL-Alumnus Jente Pironet

In dit interview vertelt Jente Pironet hoe hij de overstap maakte van journalistiek naar muziek en zijn passie volgde, gevormd door een inspirerende studententijd in Hasselt.

31 maart 2026

Gepubliceerd

5 min

Leestijd

Welke opleiding heb jij gevolgd aan PXL en waarom maakte je die keuze? 

Ik heb zang en songwriting gestudeerd aan PXL-music. Daarvoor volgde ik de opleiding journalistiek aan de Erasmushogeschool in Brussel, die ik ook heb afgerond. Die studie vond ik heel boeiend, maar muziek speelde al veel langer een grote rol in mijn leven. Ik zat al jaren in verschillende bandjes en keek elke week uit naar het weekend om op te treden in jeugdhuizen. De drang om écht iets met muziek te doen werd steeds groter. Omdat ik al een diploma op zak had, dacht ik: we kunnen het gewoon proberen. 

Die overstap was wel intens. Ik kon op dat moment geen enkele muzieknoot lezen. Tijdens mijn laatste jaar journalistiek liep ik veel stage, maar ’s nachts leerde ik mezelf noten lezen via YouTube-video’s en online platforms. Dankzij dat harde werk kon ik uiteindelijk deelnemen aan de toelatingsproef van PXL-music.

Waarom koos je specifiek voor PXL? 

Ik had het gevoel dat Hasselt voor mij meer een thuisbasis kon zijn. Bovendien ben ik echt verliefd geworden op de stad. Wat me vooral enorm raakte, waren de docenten. Ik had les van onder andere Anton Walgrave en Stef Caers, beter bekend als Gustaph. David Poltrock gaf me ook les en produceerde later zelfs onze eerste plaat met Portland. Ook Sara Gilis is iemand die ik nooit zal vergeten. Zij gaf solfège (notenleer) en ik volgde haar werk al langer omdat ze zoveel interessante en creatieve projecten deed. 

Daarnaast waren er ontzettend veel studenten die in mega maffe en inspirerende bands speelden. Zo studeerde Oliver Symons er ook, die nu onder andere bij Bazart speelt. Het niveau van de muzikanten was zo hoog dat ik er volledig door overdonderd was. Dat motiveerde me alleen maar meer. Ik heb dan ook alles op alles gezet om toegelaten te worden. 

Zijn er specifieke projecten of vakken tijdens je studietijd die je zijn bijgebleven? 

Eigenlijk is bijna alles me bijgebleven, maar vooral het hoofdvak zang. Dat was een heel intens traject waarin ik enorm veel heb geleerd over stijl: waarom bepaalde muziekstijlen zijn ontstaan, hoe ze werken en hoe je je stemgebruik daar perfect op afstemt. Ik leerde niet alleen wat je moet doen, maar vooral waarom.

Mijn docent en allergrootste voorbeeld, Anton Walgrave, heeft me daarbij een cruciale les meegegeven: het gaat niet altijd om een perfecte techniek, maar om het verhaal dat je vertelt met een song. Als dat verhaal klopt, raakt het mensen. Die lessen waren vaak heel emotioneel en hebben me als artiest sterk gevormd. 

Ook het vak solfège, dat ik kreeg van Sara Gilis, is me enorm bijgebleven. Dat was voor mij bijzonder intens, omdat ik daar aanvankelijk heel weinig voorkennis in had. In tegenstelling tot veel andere studenten had ik geen klassieke muziekopleiding gevolgd. Sara heeft zich echter ongelooflijk hard voor mij ingezet: ze gaf me vaak extra uitleg en zelfs privébijles. Die betrokkenheid en haar oprechte bereidheid om mij te helpen, zal ik nooit vergeten. 

Daarnaast waren ook de bandprojecten heel vormend. Plots moest ik samenwerken met andere muzikanten, ideeën samenbrengen en in korte tijd een volledige show voorbereiden. Die projecten leerden me niet alleen muzikaal groeien, maar ook functioneren binnen een groep, iets wat vandaag nog altijd essentieel is. 

Wat gebruik je uit je PXL-opleiding vandaag nog het meeste? 

Eigenlijk gebruik ik alles nog, al gebeurt dat vaak onbewust. Ik pas de dingen die ik geleerd heb niet letterlijk toe, maar ze zitten wel in mijn systeem. Door de intensieve zanglessen is mijn stemtechniek bijvoorbeeld enorm verbeterd. Daardoor kan ik nu, bij wijze van spreken, tot heel laat uitgaan en toch nog fit zijn voor een optreden de volgende dag. Die technische basis draag ik elke dag mee, zonder dat ik er nog actief bij stilsta.

Hoe zou je het studentenleven aan PXL omschrijven? 

Ik heb op verschillende koten in Hasselt gezeten en ik denk dat ik geen enkele keer mijn waarborg heb teruggekregen. Twee jaar lang woonde ik in wat we het Muzikantenhuis noemden. Daar zijn legendarische feestjes ontstaan. In die periode keken we enorm op naar de klassieke rock-’n-rollmentaliteit.

Bijna iedereen stond om de paar weken wel ergens op een podium, vaak in plekken zoals Café Café, dat toen heel populair was. We gingen voortdurend naar elkaars optredens kijken, wat zorgde voor een sterke verbondenheid. Achteraf bekeken heb ik daar ook veel geleerd over volwassen worden: samenleven, verantwoordelijkheid nemen en je plek vinden binnen een creatieve community.

Wat was toen de place to be? 

Voor ons was dat zonder twijfel Café Café. Daar waren constant concerten en het voelde als een vaste ontmoetingsplek voor muzikanten. Daarnaast waren er ook bepaalde koten waar maar vier of vijf mensen woonden, die wij beschouwden als een soort jeugdhuis. Dat waren plekken waar altijd muziek was, waar mensen binnen en buiten liepen, en waar ideeën en vriendschappen ontstonden.

Was je actief in studentenverenigingen, projecten of evenementen?

Niet echt in studentenverenigingen. Wat wel heel typerend was voor onze opleiding, is dat bijna iedereen al zijn tijd in bands stak. We werkten extreem hard: er waren voortdurend projecten, samenwerkingen met andere muzikanten of opdrachten waarbij je als muzikant met een manager moest samenwerken. We moesten veel schrijven, repeteren en voorbereiden, waardoor ik vaak tot 22 uur op school zat. We testten elkaar ook constant, bijvoorbeeld door intervallen te zingen die de ander dan moest herkennen. We waren stevige feestvierders, maar minstens even harde werkers.

Hoe ging je om met examens, stress en deadlines?

Eerlijk? Niet zo goed. Mondelinge examens vond ik bijzonder moeilijk. Zet mij in een lokaal met vijf juryleden en dertig songs die ik vanbuiten moet kennen en het licht kan bij mij uitgaan. Dankzij de steun en begeleiding van de docenten is dat toch altijd gelukt. Ik heb nooit herexamens gehad, al moest ik in mijn laatste jaar mijn afstudeerwerk herwerken omdat het inhoudelijk nog wat te structuurloos was. 

Wat mis je het meest aan je tijd als student?

De gezonde roekeloosheid. Ik was vrij. Ik werkte hard, maar durfde ook volop te dromen over wat ik met muziek wilde doen. Ik tapte in twee cafés naast mijn studies en vreemd genoeg voelde die combinatie heel bevrijdend. Als student draag je nog niet dezelfde verantwoordelijkheden als later, en dat geeft ruimte.

Wat zou je eerstejaarsstudenten willen meegeven?

Als je voelt dat je opleiding écht je passie is, ga er dan volledig voor. Niet op een egocentrische manier, maar omring je met mensen die je inspireren. Bouw vriendschappen op, want later in het professionele leven kom je elkaar vaak opnieuw tegen. Twijfel niet te veel, ook als je nog niet exact weet welk beroep erbij hoort. Als je je hart volgt, komt het uiteindelijk goed.