Het middenveld... wat is dat nu?

Binnen het kader van mijn bachelorproefseminarie, ‘Gastarbeider of Lastarbeider’: arbeidsmigranten en het middenveld in Vlaanderen (1950 – 1990), gaat er heel wat aandacht naar het middenveld. Het middenveld wordt doorgaans kortweg gedefinieerd als de missing link tussen de overheid en haar burgers. Maar in de (academische) literatuur bestaat er discussie over hoe ‘het middenveld’ nu het best te omschrijven valt. Als we de Belgische maatschappij even onder de loep nemen, is het middenveld een zodanig complex begrip dat velen het zullen verachten er überhaupt een definitie op te plaatsen. In België is het middenveld namelijk inherent aan de zuilensamenleving: er is de katholieke, de christelijke en de socialistische zuil. Aan iedere zuil hangen een politieke partij, een achterban en heel wat middenveldorganisaties vast. Maar sinds de laatste decennia en de opkomst van niet-traditionele politieke partijen, vallen die zuilen niet meer zo hermetisch af te bakenen. Het is net daarom dat – en dan spreken we alleen over België – een definiëring van ‘het middenveld’ haast onmogelijk is. In het licht daarvan schreef ik voor mijn bachelorproefseminarie een review op een artikel van Kopecky en Mudde over the civil society – Engels voor ‘het middenveld’. 

In hun artikel Rethinking Civil Society bepleiten politicologen Kopecky en Mudde een ‘vernieuwde’ aanpak om het concept ‘het middenveld’ (civil society) te bestuderen. Ze willen komaf maken met het normatieve kader dat het academisch onderzoek naar civil society domineert. Het artikel opent dan ook onmiddellijk met vier werkpunten die volgens de Oost-Europakenners het debat over de civil society kunnen opengooien.(1) De kern van hun pleidooi is duidelijk: ze willen het dichotoom onderscheid tussen civil en uncivil society wegwerken, maar Kopecky en Mudde lijken in hun opzet zelf niet geheel te slagen. Deze review plaatst dan ook enkele cruciale vraagtekens bij de aanpak van Kopecky en Mudde: moet het normatieve kader dat reeds bestaat compleet overboord worden gegooid?

Laat het duidelijk zijn dat het artikel Rethinking Civil Society terecht het dichotome onderscheid tussen een civil en een uncivil society problematiseert. Kopecky en Mudde zijn beiden gespecialiseerd in de Oost-Europese politiek.(2) Ze bouwen hun argumentatie dan ook op rond het voorbeeld van de nationalistische bewegingen in Oost-Europa tijdens de laten jaren 1980.(3) Die nationalistische bewegingen boden aanvankelijk oppositie tegen het communistische regime en daarom rekenen academici daaraan geassocieerde organisaties vaak niet tot de civil society. De auteurs leggen uit dat dat een vreemde vaststelling is omdat het net die nationalistische bewegingen waren die na de val van het communisme vorm gaven aan nieuwe regimes in de voormalige Sovjetrepublieken. Volgens de politicologen Kopecky en Mudde zijn die organisaties daarom altijd al deel geweest van de civil society: het nationalisme is een veranderlijk gegeven dat inherent is aan de politieke omstandigheden. Net door de civil society te reduceren tot een sfeer van prodemocratische organisaties, wordt een belangrijk deel van het debat over wat de civil society nu net inhoudt, genegeerd.(4) In die discussie nemen Kopecky en Mudde een radicaal democratisch standpunt in: het lijkt alsof in hun definitie iedere vorm van vereniging en (politiek) protest deel uitmaakt van de civil society. Dat standpunt brengt ook het gevaar voor een romantisch ideaalbeeld van de samenleving voort. De auteurs werpen namelijk de impressie op dat iedere vorm van vereniging of iedere protestbeweging een representatie van de samenleving is en rekening houdt met de agenda van de burger. Net dat idee is geënt op een eurocentrisch maatschappijbeeld waarin vormen van publiekelijk verzet tegen het beleid mogelijk zijn.(5) Kopecky en Mudde vergeten zich af te vragen binnen welke randvoorwaarden dat normatieve kader stand houdt.(6)

Zelfs binnen het Oost-Europese kader bestaan er meer variëteiten van de civil society dan Kopecky en Mudde aangeven met hun voorbeeld uit de jaren 1980. Om een waar inclusief kader te scheppen voor het debat rond de definitie van de civil society, lijkt het verstandig om te kiezen voor een spectrum aan mogelijke vormen die zo’n civil society kan aannemen.(7) Dat maakt Ruth Vandewalle de facto duidelijk in haar documentaire ‘This is Egypt 2’. Ze laat daarin zien hoe jongeren in Egypte als het ware onder de radar in opstand komen tegen het normen- en waardenpatroon waarin hun ouders zijn opgegroeid. Jongeren doen dat alleen of in groep en zoeken soms subtiele vormen van zelfexpressie op om uiting te geven aan hun eigen identiteit.(8) De Egyptische overheid biedt met andere woorden geen democratische ruimte voor een publiekelijke civil society en dat toont aan dat de uncivil society in dit geval niet louter een onderdeel is van de civil society, maar er gestalte aan geeft.(9) Het verband tussen het democratisch gehalte in de samenleving en de civil society vervaagt en dat bemoeilijkt onderzoek naar de relatie tussen beiden. Toch is net dat één van de werkpunten die Kopecky en Mudde aanhalen.(10) Ze lijken ervan uit te gaan dat een democratisch bestek een randvoorwaarde is voor de civil society, terwijl dat niet per definitie nodig is.

Een kritische herverkaveling van het debat rond de civil society die tot inclusief onderzoek moet leiden, lijkt enkel mogelijk als er ook rekening wordt gehouden met antropologische aspecten.(11) De aandachtspunten die Kopecky en Mudde naar voren schuiven, zijn logisch in het historisch kader van de Oost-Europese samenleving.(12) De academische achtergrond van de Oost-Europese, politieke specialisten speelt daar wellicht een grote rol in.(13) Helaas schenkt het artikel geen aandacht aan culturele en etnografische verschillen. Als de Egypte Revolutie op het Tahrirplein in 2011 beschreven moet worden binnen de ideeën van Kopecky en Mudde, lijkt het alsof die beweging niet zou hebben plaatsgevonden binnen een civil society. De auteurs van het artikel Rethinking Civil Society schenken namelijk weinig aandacht aan factoren van sociale mobilisatie.(14) Het artikel van Kopecky en Mudde voelt aan als een goed startpunt voor het debat over de afbakening rond de civil society, maar aanvullende inzichten vanuit andere, voornamelijk niet-Europese samenlevingsmodellen, kunnen de discussie nog meer opentrekken. De verklaringen van Alvarez-Ossorio staven het idee dat factoren als sociale mobilisatie en netwerken onontbeerlijk zijn voor het onderzoek naar de civil society.

Mikiko Eto geeft in zijn artikel een brede definitie van wat een civil society mogelijks inhoudt: “Civil society is a potential realm for the empowerment of ordinary citizens, particularly politically marginalized people with limited access to formal institutions.”.(15) Daarmee overbrugt Eto de vier werkpunten die Kopecky en Mudde aanhalen in een poging het debat een meer inclusieve wending te geven. Net omdat een definitie van een civil society afhankelijk is van heel wat randvoorwaarden, moet het onderzoek inderdaad voorzichtig omspringen met het normatieve kader dat vooralsnog het debat domineert.(16) Daar raken de schrijvers van Rethinking Civil Society een belangrijk punt mee aan.(17) Toch schenken ze zelf weinig aandacht aan culturele verschillen en brengen ze bepaalde factoren zoals hierboven aangehaald weinig in rekening in hun argumentatie. Kopecky en Mudde scheppen een romantisch ideaalbeeld over een hemelsbreed inclusief onderzoek naar de civil society, terwijl ze zelf weinig interculturele nuance brengen in hun betoog. Misschien moet het normatieve kader dat het debat rond de civil society domineert dan ook niet in zijn totaliteit worden opgeheven, maar net als vertrekpunt dienen om inclusief onderzoek mogelijk te maken. Op die manier kunnen verschillende casestudies binnen het debat worden afgetoetst aan dat kader en dat schept dan weer de ruimte om een brede waaier aan vormen van civil societies te bestuderen. 

Omdat ik goed besef dat mijn bachelorproefonderzoek mogelijks een interessant verhaal biedt aan mijn omgeving, wil ik van mijn online aanwezigheid gebruik maken om de vorderingen in mijn onderzoek te delen met hen. Iedereen die geïnteresseerd is kan via deze pagina wekelijks een korte update lezen over het onderzoek, de nieuwe inzichten en het podcastverhaal. Krijgt u updates liever per mail? Dan kan u hier uw mailadres achterlaten; het internet doet de rest.


Meer lezen…

  1. Petr Kopecky and Cas Mudde, “Rethinking Civil Society,” Democratization 10, no. 3 (2003): 1.

  2. “Petr Kopecky,” Universiteit Leiden (blog), accessed October 17, 2022, https://www.universiteitleiden.nl/medewerkers/petr-kopecky; “Cas Mudde,” School of Public & International Affairs - University of Georgia (blog), accessed October 17, 2022, https://spia.uga.edu/faculty-member/cas-mudde/.

  3. Kopecky and Mudde, “Rethinking Civil Society,” 2–5.

  4. Kopecky and Mudde, 3–4.

  5. Nira Yuval-Davis, “The Multi-Layered Citizen,” International Feminist Journal of Politics 1, no. 1 (1999): 119–21.

  6. Kopecky and Mudde, “Rethinking Civil Society,” 1.

  7. Chris Hann, “Introduction Political Society and Civil Anthropology,” in Civil Society: Challenging Western Models, ed. Elizabeth Dunn (Londen: Routledge, 1996), 19–20.

  8. #thisisegypt2, documentaire, 2021, https://www.vrt.be/vrtnu/a-z/-thisisegypt2--tien-jaar-na-tahrir/.

  9. Ibrahim Natil, “Civil State in the Post–Arab Spring Countries: Tunisia, Egypt and Libya,” in The Arab Spring, Civil Society, and Innovative Activism, ed. Cenap Çakmak (New York: Palgrave Macmillan US, 2017), 217–18, https://doi.org/10.1057/978-1-137-57177-9_10.

  10. Kopecky and Mudde, “Rethinking Civil Society,” 3–5.

  11. Hann, “Introduction Political Society and Civil Anthropology,” 2.

  12. Kopecky and Mudde, “Rethinking Civil Society,” 6–8.

  13. “Petr Kopecky”; “Cas Mudde.”

  14. Ignacio Álvarez-Ossorio, “Civil Society and Political Change in Contemporary Egypt,” in The Arab Spring, Civil Society, and Innovative Activism, ed. Cenap Çakmak (New York: Palgrave Macmillan US, 2017), 58, https://doi.org/10.1057/978-1-137-57177-9_4.

  15. Mikiko Eto, “Reframing Civil Society from Gender Perspectives: A Model of a Multi-Layered Seamless World,” Journal of Civil Society 8, no. 2 (June 1, 2012): 103, https://doi.org/10.1080/17448689.2012.686738.

  16. Michael Edwards, “Introduction: Civil Society and the Geometry of Human Relations,” in The Oxford Handbook of Civil Society (Cambridge: Polity Press, 2014), 13.

  17. Kopecky and Mudde, “Rethinking Civil Society,” 10–11.

Elian Pergola

Elian Pergola is een 22 jaar jonge, creatieve digital storyteller. Terwijl hij aan de KU Leuven de kneepjes van de historische kunsten stilaan onder de knie krijgt, stampt hij buiten de muren van de universiteit een onderneming uit de grond. Als podcastmaker werkte hij alreeds samen met de VRT, de Stad Hasselt en Leuven.

https://www.elianpergola.com
Vorige
Vorige

’t Cassetteke – een podcastreeks vóór en dóór leerlingen in het SFC

Volgende
Volgende

‘Gastarbeider of Lastarbeider’: een gedroomde bachelorproef